Wat is dyslexie?

Dyslexie komt voor bij ongeveer vier procent van de bevolking en is daarmee de meest voorkomende leerstoornis in Nederland. Het is een stoornis die zich kenmerkt door hardnekkige problemen in de automatisering van letters en woorden. Dat uit zich bij het lezen, spellen, schrijven en soms ook rekenen.

De diagnose dyslexie kan pas worden gesteld als een kind een achterstand heeft in het lezen of spellen van meer dan tien maanden. De meeste kinderen zitten dan aan het einde van groep 4. Bovendien moet er sprake zijn van een bepaalde hardnekkigheid, ook wel didactische resistentie genoemd. Concreet betekent dit dat na een halfjaar inzet van extra ondersteuning door bijvoorbeeld een professionele remedial teacher, het leerrendement lager blijft dan vijftig procent. Het kind blijft op de Cito-toetsen voor lezen een D- of E-score behalen.

Leerlingen met dyslexie kunnen moeite hebben:
• om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
• om de klanken in volgorde te zetten (‘dorp’, ‘drop’)
• om de aandacht te houden bij ‘klankinformatie’ (gesproken woord)
• met het inprenten van reeksen (bijvoorbeeld tafels of spellingregels)
• met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes
• met het onthouden van losse gegevens (rijtjes, woordjes, jaartallen et cetera)

Dyslexie wordt veroorzaakt door een (minimale) afwijking in het functioneren van de hersenen. Dit komt in sommige families vaker dan gemiddeld voor. Er is dus sprake van een erfelijke factor.

Er is geen therapie die dyslexie ‘geneest’. Metaconsult ondersteunt kinderen met dyslexie onder andere door training van letter-klank-combinaties, woordherkenning en het gebruik van strategieën voor spelling. Er is in de behandeling en begeleiding ook aandacht voor het gebruik van ondersteunende ICT-hulpmiddelen.

Hoe ervaar je dyslexie?
Links bovenaan deze pagina staat een voorbeeld hoe iemand met dyslexie het woord kat kan zien.